Vegan pastéis de nata: makkelijke Portugese custardgebakjes

In februari 2018 bezocht ik samen met Randy de Portugese hoofdstad Lissabon. Op iedere straathoek zit daar wel een leuk klein bakkertje en bij al deze bakkertjes verkopen ze de zogenaamde ‘pastéis de nata’, ofwel ‘pasteitjes van room’. Oorspronkelijk werden deze pasteitjes gemaakt door katholieke monniken en het officiële recept dat de monniken gebruikten, is op dit moment in het bezit van slechts één bakkerij in Lissabon. De originele ‘pastéis’ zijn gemaakt met bladerdeeg en custard en zitten dus vol met boter, melk en ei, wat betekende dat ik iedere dag verlekkerd langs tientallen bakkerijtjes liep (die kleur, die geur!), zonder te kunnen proeven. Ik besloot ter plekke om ze te gaan veganizen zodra ik weer thuis was. Ik ontdekte dat het helemaal niet zo moeilijk is om deze mini gebakjes te maken én dat ze ongelooflijk lekker zijn. Heb jij al honger gekregen? Lees snel verder voor het recept.

Foto: Dian van den Heuvel

Foto: Dian van den Heuvel

Het volgende recept maakt 12 kleine taartjes:

Ingrediënten

  • 250 ml kokosmelk (hoe vetter hoe beter! Ik gebruik het liefste die van conimex, uit zo’n klein pakje)

  • 150 ml sojamelk (indien je niet tegen soja kunt, kun je ook amandelmelk, havermelk óf meer kokosmelk gebruiken)

  • 60 g suiker

  • 25 g maiszetmeel

  • 1 tl vanille extract of één vanillepeul

  • snufje zout

  • snufje kurkuma (voor de kleur, niet voor de smaak) of een paar drupjes gele gelkleurstof, bijv. die van Wilton

  • 1 tl kaneel

  • 8 plakjes bladerdeeg (Koopmans bladerdeeg origineel is vegan) of een rol vers bladerdeeg (die van de Albert Heijn is vegan)

Extra benodigdheden:

  • steelpannetje

  • garde

  • cupcake blik voor 12 cupcakes

  • deegroller

  • handje bloem voor het uitrollen

  • handje bloem en eetlepel gesmolten vegan margarine of kokosolie voor het invetten van de vorm

  • poedersuiker en evt. kaneel om de taartjes mee te bestrooien

Bereiding:

Verwarm de oven voor op 200°C en prepareer het cupcakeblik. Vet het cupcakeblik in met de margarine of kokosolie en besprenkel de vorm royaal met bloem. Schud de vorm heen en weer zodat de bloem zich verdeelt en houd hem dan op z’n kop boven het aanrecht om de overtollige bloem eruit te verwijderen.

Meng de kokosmelk, suiker, vanille extract (of verse vanille) en kurkuma in het steelpannetje. Maak een glad papje van het maiszetmeel en de sojamelk en voeg deze daarna bij de rest van de natte ingrediënten in de pan (niet smokkelen hiermee, dan krijg je klontjes in de custard!). Roer even door. Breng het geheel zachtjes aan de kook en roer constant door. Zodra het geheel indikt en een custardachtige massa wordt, voeg je het zout toe en haal je het pannetje van het vuur. Laat het zout absoluut niet weg, deze zorgt ervoor dat de custard niet te vlak smaakt. Laat de custard helemaal afkoelen en roer af en toe even door, zodat er geen vel op ontstaat.

Terwijl de custard afkoelt, haal je het bladerdeeg uit de diepvries en laat je de plakjes ontdooien. Indien je gebruik maakt van een vel vers bladerdeeg, dan kun je deze stap even overslaan. Haal de eventuele plastic velletjes van de bladerdeegplakjes zodra ze ontdooid zijn, bestrooi het aanrecht met bloem en vorm van de acht plakjes één grote rechthoekige lap bladerdeeg van twee plakjes hoog en vier plakjes breed. Zorg dat de naden van de plakjes elkaar iets overlappen. Pak je deegroller en rol het geheel ietsjes uit, zodat de verschillende plakjes goed aan elkaar bevestigd worden. Vanaf hier kun je weer meedoen met een vel vers bladerdeeg: rol de grote plak bladerdeeg vanaf de brede kant op en snijd deze rol in 12 gelijke stukjes. Vorm deze 12 stukjes één voor één tot platte rondjes en vorm ze vervolgens, met behulp van je cupcakevorm, tot kleine kuipjes. Mocht je iets meer visuele hulp nodig hebben bij het vormen van de kuipjes: Cupcake Jemma laat in dit filmpje precies zien hoe het moet. Het nat maken van je vingers (zoals zij doet), was bij mij niet nodig. Zodra de hele vorm gevuld is met de bladerdeegkuipjes, strooi je een snuf kaneel in ieder kupje. Vul de kuipjes vervolgens voor driekwart met de afgekoelde custard (niet meer dan dit!). Het kan zijn dat je een klein beetje custard overhoudt.

Bak de taartjes 25 minuten op 200°C in het midden van de oven, de bovenkant mag best een beetje donker kleuren. Indien het bladerdeeg er na 25 minuten nog te bleek uit ziet, laat je de taartjes 5-10 minuten langer in de oven staan. De custard zal gedurende het bakken omhoog komen en bij het afkoelen flink inzakken, schrik daar dus niet van, dat hoort zo! Laat de taartjes vijf minuten afkoelen in de vorm en haal ze er vervolgens uit, eventueel met behulp van een mesje of vorkje. Laat ze vervolgens afkoelen op een rekje of een plank. Niet vals spelen nu, want ze zijn echt véél lekkerder zodra ze een beetje zijn afgekoeld. Bestrooi ze vlak voor het serveren met poedersuiker en eventueel kaneel. Bom apetite!

Foto: Dian van den Heuvel

Foto: Dian van den Heuvel


Ik val een beetje in herhaling, maar iedere keer wanneer ik een receptenpost heb klaargezet, krijg ik zo’n honger! Ik wil deze taartjes NU! Herkenbaar? Mocht jij nu aan de bak gaan om deze heerlijk geurende custardtaartjes te maken, tag me dan! Deel het resultaat in je stories of als post en dan feature ik jou weer in míjn stories. Houd er rekening mee dat deze taartjes het lekkerste zijn op de dag dat je ze gebakken hebt: dan is het bladerdeeg nog lekker knapperig. Bij mij is het nooit een probleem geweest om deze taartjes binnen een dag op te eten, je snapt vast wel waarom ;) Veel bakplezier!